ASSEN – Gemeenten zouden een grotere verantwoordelijkheid moeten krijgen bij het monitoren van muggen die het westnijlvirus kunnen overbrengen. Daarvoor pleit entomoloog en vectorbioloog Bart Knols, woensdag te gast bij radioprogramma Beestjes. Volgens Knols kan de Amerikaanse aanpak daarbij als voorbeeld dienen.
Het westnijlvirus is dit jaar op verschillende plaatsen in Nederland vastgesteld. Volgens cijfers van het RIVM van 8 oktober zijn er in 2026 tot nu toe 59 besmettingen bij mensen gemeld. Tien van hen zijn overleden. Daarnaast zijn 163 paarden positief getest op het virus.
Grotere rol gemeenten
In Nederland volgen onder meer het RIVM en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) de verspreiding van het westnijlvirus. Knols pleit daarnaast voor een grotere rol van gemeenten bij het monitoren en bestrijden van muggen.
Hij verwijst daarbij naar de Verenigde Staten, waar lokale en regionale organisaties zich bezighouden met het opsporen en bestrijden van muggen en het volgen van besmettingsrisico’s.
Volgens Knols is alleen persoonlijke bescherming niet voldoende om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Slapen onder een klamboe kan helpen om muggenbeten te voorkomen, maar biedt geen oplossing voor de verspreiding van het virus zelf. Daarvoor is volgens hem een bredere, gecoördineerde aanpak nodig.
Vogels en muggen
Het westnijlvirus verspreidt zich voornamelijk tussen (trek)vogels en muggen. Muggen raken besmet wanneer zij bloed zuigen bij een besmette vogel en kunnen het virus vervolgens overbrengen op andere vogels. Ook mensen en paarden kunnen door een beet van een besmette mug geïnfecteerd raken. Volgens Knols zijn mensen en paarden zogenoemde dead-end hosts. Dat betekent dat zij wel besmet kunnen raken, maar het virus niet verder verspreiden.
Ernstige klachten
De meeste mensen die besmet raken, merken daar weinig of niets van.
Ongeveer één op de vijf krijgt griepachtige verschijnselen, zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn. Bij een klein deel kan de infectie leiden tot ernstige neurologische klachten, waaronder hersenontsteking of hersenvliesontsteking.
Vooral ouderen en mensen met een verminderde weerstand lopen een groter risico op een ernstig ziekteverloop.
Invloed klimaat
Ook klimaatverandering speelt volgens Knols een rol bij de verspreiding van het virus. Hogere temperaturen kunnen ervoor zorgen dat het virus zich sneller in muggen ontwikkelt. Nu de temperaturen in het najaar dalen, neemt de activiteit van muggen af en wordt de kans op nieuwe besmettingen kleiner.
Dat betekent echter niet dat het virus definitief verdwenen is. Het blijven volgen van muggen en besmettingen is daarom van belang.
