Waar die derde armband is? Dat weten we nog steeds niet. Wel weten we dat de rechtbank een celstraf van 47 maanden oplegt aan de drie rovers van de Roemeense kunstschatten. Alle drie evenveel. Dat is opvallend, want de derde, Bernhard Z., sloot geen deal met het Openbaar Ministerie (OM) over de terugkomst van de buit.
De gouden helm en drie armbanden van Cotofenesti werden door Chesley W., Jan B., en Bernhard Z. op 25 januari 2025 uit het Drents Museum in Assen gestolen. Dat stelt de rechtbank vast. Hiervoor verdienen ze alle drie dezelfde straf: bijna vier jaar onvoorwaardelijke celstraf.
Bernhard Z. wel aanwezig bij de roof
Verdachte Bernhard Z. verklaarde tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak niet aanwezig te zijn geweest in het museum tijdens de roof. ‘Ik wist niet wat er ging gebeuren. Wel dat het niet kosjer was,’ vertelde hij over zijn rol in de kunstroof. Zijn advocaat Simcha Plas pleitte dat er geen dna van Z. gevonden was in het museum. Ook de posturen van de rovers die op de camerabeelden te zien zijn komen volgens Plas niet overeen met het postuur van haar cliënt die ‘overduidelijk geen normaal of klein postuur’ heeft.
Ondanks dat de rechtbank niet is meegegaan met het pleidooi van de advocaten van Bernhard Z., is zijn advocaat Simcha Plas tevreden met de uitspraak. Dat vertelt ze in de gang aan omroep MAAT.
Jan B. en het undercovertraject
De advocaat van Jan B., Mirre Dijk, laat weten het jammer te vinden dat er niet meer strafvermindering is gegeven aan haar cliënt. B. zou te veel onder druk zijn gezet tijdens het undercovertraject en zou onder deze extreme druk niet-betrouwbare verklaringen hebben afgelegd. ‘B. heeft tijdens het undercovertraject verklaringen afgelegd waarmee hij zich zelf en de andere verdachten belast,’ stelt de rechtbank, ‘het traject is controleerbaar en doeltreffend verlopen.’ Het doel was van tevoren vast gesteld: meer informatie vergaren om de kunstschatten boven water te krijgen.
De advocaten van Chesley W. wilden niets zeggen.
Afwachten is nog of het OM of de verdachten in hoger beroep gaan. Voor Jan B. en Chesley W. is onderdeel van de procesafspraken dat beide partijen dat niet doen. Of het OM of Bernhard Z. om zijn zaak nog in hoger beroep gaan, is nog even afwachten.



