ASSEN – Sommige mensen bewaren hun mooiste herinneringen in fotoalbums. Henk van Riezen (70) bewaart ze op de tribunes van het TT Circuit in Assen. Al sinds 1967 keert hij ieder jaar, met slechts één corona-uitzondering, terug naar de ‘Cathedral of Speed‘. Daar zag hij wereldkampioenen komen en gaan, veranderde het circuit ingrijpend en groeide een dagje TT uit tot een levenslange passie.
Tekst: Willem-Jan Koops
Dit jaar staat voor de Assenaar een bijzonder getal op de teller. Wanneer de startlichten eind juni doven, beleeft hij zijn 58e TT. “Dat is geen verdienste, dat is geluk,” relativeert hij deze indrukwekkende reeks. Henk is al vanaf zijn twaalfde verbonden aan het motorevenement. “Ik koester het dat ik al die jaren heb kunnen komen. Als ik nog een beetje mazzel heb, dan haal ik over twee jaar mijn zestigjarig jubileum.”
Aangestoken door zijn ooms
Henk is pas 12 jaar oud, wanneer twee van zijn ooms besluiten hem voor het eerst mee te nemen naar het circuit. Het is de zomer van 1967 als hij voor het eerst proeft van de TT-sfeer. “Daar is het zaadje geplant. Vanaf dat moment was ik verkocht.”
“Iedereen zat langs de baan op een visstoeltje. Het was druk, maar veel kleinschaliger.” De TT van toen was een totaal andere wereld dan die van nu. Het circuit bestond grotendeels uit openbare wegen en het evenement had volgens Van Riezen een bijna dorps karakter. De 12-jarige Henk kon toen nog niet vijf uur lang kijken naar een wedstrijd: “We gingen tussendoor ook gewoon spelen.” Nu is dat wel anders.
De motorsport bleef hem trekken. Eerst ging hij met familie naar Assen, later nam hij zelf het initiatief. “In 1974 ben ik kaarten gaan bestellen voor de hoofdtribune. Vanaf dat moment begon eigenlijk een nieuwe traditie.”
Ruim vijftig jaar op rij acht
Op de hoofdtribune op rij nummer acht: “Niet exact dezelfde stoel, want door de jaren heen hebben we wat moeten schuiven vanwege ontwikkelingen, maar we zitten nog steeds op onze vaste stek.”
Die plek heeft volgens hem alles wat een TT-liefhebber zich kan wensen. “Dicht genoeg op de baan om de motoren echt te voelen en te horen. Je zit net onder de overkapping zodat je bij regen droog blijft, maar met mooi weer pak je toch de zon mee. En we kijken recht op de startopstelling én de videowall. Voor mij bestaat er geen betere plek.”
Dat plekje wordt dan ook zorgvuldig bewaakt. “Ik durf bijna geen nieuwe mensen meer aan ons groepje toe te voegen. Niet omdat ze niet welkom zijn, maar omdat de plaatsen tegenwoordig computergestuurd worden verdeeld. Voor je het weet raak je je vaste plek kwijt.”
Bossche bollen en droge worst
Een bloedhete TT-dag met gesmolten Bossche bollen staat Henk nog goed bij. “We hadden een groep mannen uit Den Bosch leren kennen en vroegen ze voor de grap het volgende jaar Bossche bollen mee te nemen.” Van woord kwam daad en het jaar daarop liepen ze met een doos vol de tribune op. “Het was meer dan 35 graden. Die bollen dreven bijna uit de doos. Voor de eerste race zaten we allemaal onder de chocolade. Onze handen, onze gezichten, alles zat onder. Maar dat zijn precies de momenten die je bijblijven.”
Minstens zo belangrijk als de races en anekdotes zijn de tradities die in de loop der jaren zijn ontstaan. “Vroeger namen we complete koelboxen mee. Blikjes bier, droge worst, van alles. Die blikjes mogen tegenwoordig niet meer mee naar binnen, maar de droge worst en andere lekkernijen zijn gebleven.”
Ook na afloop van de MotoGP-race heeft de groep een vaste traditie. “Als iedereen naar huis gaat, blijven wij nog even zitten. Dan drinken we nog een biertje, praten na over de races en kijken met een half oog naar de laatste klasse die nog rijdt. Daarna gaan we met de hele club naar een cafetaria. Dat is voor ons de echte afsluiting van de TT.”
Van vader op zoon
De liefde voor de TT bleef niet beperkt tot één generatie. Net zoals zijn ooms hem ooit meenamen naar het circuit, nam Henk jaren later zijn eigen zoon mee. “Vanaf het moment dat hij mee was geweest, was hij ook verkocht. Net zo fanatiek als ik. Hij volgt alles op televisie, gaat mee naar Assen en kent de sport door en door.”
Inmiddels bouwt ook zijn zoon aan een indrukwekkende reeks TT-bezoeken. “Hij zit ook op een mooie serie. En als het hem gegund is, neemt hij later hopelijk het stokje over.”
Van openbare weg naar internationaal topsportevenement
In bijna zestig jaar zag Henk niet alleen de sport veranderen, maar ook het circuit zelf. “Ik heb nog meegemaakt dat het circuit grotendeels uit openbare wegen bestond. Op zondag kon je zelf met de motor een rondje over het parcours rijden. Dat kun je je nu bijna niet meer voorstellen.”
Volgens hem hoorde dat bij de charme van vroeger, maar bracht het ook risico’s met zich mee. “Er gebeurden ongelukken. Mensen dachten dat ze ook coureur waren en gingen soms te ver. Uiteindelijk heeft dat er mede toe geleid dat het circuit permanent werd afgesloten.”
Vroeger was niet alles beter volgens Henk. Hoewel hij er met een goeie portie nostalgie op terugkijkt, waardeert hij de constante vernieuwing van het evenement. “Als de TT wil blijven bestaan moet je meegaan met je tijd. Kijk naar de shows rond de podiumceremonies, het entertainment en de manier waarop het hele evenement wordt aangekleed. Dat gebeurt hier echt ontzettend goed.”
Nog steeds dezelfde kriebels
Hoewel Van Riezen inmiddels tientallen TT-weekenden achter de rug heeft, voelt de aanloop nog altijd hetzelfde. Tijdens het TT-weekend probeert hij zoveel mogelijk mee te pakken. “Overdag zit ik op het circuit en ’s avonds ben ik vaak nog even in de stad. Dat probeer ik drie of vier dagen vol te houden. Daarna moet ik maandag wel bijkomen.”
Toch heeft de ervaring hem ook iets geleerd. “Eén keer heb ik te veel bier gedronken tijdens het weekend. Toen zat ik op de racedag met hoofdpijn op de tribune. Dat gebeurt me nooit meer.”
Sindsdien hanteert hij een vaste regel. “Ik drink mijn eerste biertje pas nadat de MotoGP-race voorbij is. Want anders loop je voortdurend naar beneden en mis je precies het moment waarop er iets spectaculairs gebeurt.” Een wijze les van iemand die al sinds de jaren zestig naar de TT gaat.
Terwijl de motoren straks over de A28 Assen binnenrijden, neemt Henk van Riezen plaats op zijn plek op de hoofdtribune tussen de vertrouwde gezichten die hij er al jaren tegenkomt. Een stukje droge worst binnen handbereik en met dezelfde spanning als toen hij nog maar twaalf was en er voor het eerst zat. Want sommige tradities veranderen nooit.



